Marianne Hund en Elly van Munster ITALIAANSE LIEDEREN MET LUITBEGELEIDING: AMORE E MORTE

De lezing wordt gehouden in het Parkhotel, Molenstraat 53, Den Haag. Begintijd: 20.00 uur.
Vrijdag 15 december 2000.

Liederen van liefde en dood

Het eerste deel van het programma bestaat uit losse onderdelen die alle betrekking hebben op het thema: de strijd tussen Venus en Mars, ofwel: Amore e Morte Een aantal bekendere componisten (Monteverdi en Frescobaldi) wordt afgewisseld met minder bekende (Caccini en Saracini). Allemaal toonzetten ze gedichten die iets met de strijd tussen de seksen te maken hebben, en dat maken ze duidelijk door hun vele vewijzingen naar oorlog en strijd. Toch moet men dit onderdeel met een zuidelijke korrel zout nemen: lijden is in deze gevallen voornamelijk genieten van.

Torquato Tasso "Gerusalemme liberata"

Het programmaonderdeel van na de pauze is wel serieus en dramatisch. Een van de meest geliefde en beroemde Italiaanse dichters uit de 16e eeuw is Torquato Tasso. Hij is de auteur van het grote epos over liefde en strijd: Gerusalemme liberata, een werk dat teruggrijpt naar een belangrijke episode, uit de westeuropese geschiedenis: de eerste kruistocht. Qua opzet is het werk enigszins te vergelijken met de Arthurromans uit de middeleeuwen: rondom een centraal thema, in dit laatste geval het hof van koning Arthur, spelen zich diverse verhaallijnen af, waarbij alle ridders hun eigen (liefdes)avonturen beleven. Ook Gerusalemme liberata speelt zich in de ridderwereld af en bevat dezelfde veelheid van verhaallijnen. Het verhaal speelt in de twaalfde eeuw. Onder leiding van Godfried van Bouillon trekken de Europese kruisridders voor het eerst tegen de Saracenen ten strijde, met als doel: bevrijding van Jeruzalem en daardoor vrije toegang tot de daar aanwezige Christelijke heilige plaatsen. Tijdens de lange belegering van Jeruzalem wordt iedere ridder op zijn eigen wijze geconfronteerd met de tegenpartij. Het geheel werd door Tasso in een dermate muzikaal en bloemrijk Italiaans geschreven dat bijna iedere zichzelf respecterende componist aan het einde van de 16e en het begin van de 17e eeuw wel een of meerdere delen van Tasso's werk getoonzet heeft. Het onderdeel dat het meeste getoonzet werd was de strijd tussen Tancredi en Clorinda, het dramatische verhaal over ridder Tancredi die verliefd werd op het Saracenenmeisje Clorinda, maar haar doodde in een tweegevecht omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat zij een man was. Dit onderdeel zal ten gehore worden gebracht. Het zijn de componisten Sigismondo d'India, Antonio Cifra en Pietro Benedetti die voor de muzikale omlijsting van dit programmaonderdeel zorgen.

Experimentele muziek uit de 17e eeuw

Het repertoire dat in dit procramma aan bod komt stamt uit de eerste drie decennia van de 17e eeuw. De 17e eeuw is bij uitstek de eeuw van het experiment. Bekend zijn ongetwijfeld de vele ontdekkingen en experimenten op wetenschappelijk gebied. Ook op muzikaal gebied worden er nieuwe wegen gezocht en gevonden. Een van de meest belangwekkende ontwikkelingen is de veranderende relatie tussen taal en muziek. Waar in de 16e eeuwse muziek het polyfone lijnenspel in feite de tekst ondergeschikt maakt aan de muziek, verandert dit rond 1600. Gevoed door de nieuwe inzichten aangaande het klassieke erfgoed, modelleert men tekst en muziek naar zoals men dacht dat de klassieken het indertijd deden. Hierbij staan tekst en retorische tekstexpressie voorop en is het notenmateriaat ondergeschikt. Deze ontwikkeling gaat de gehele 17e eeuw door maar is in de beginfase het meest, interessant. Gekoppeld aan het beeld dat de culturele elite heeft van de mens als 'homo universalis', creëert iedere componist uit die tijd - we spreken in eerste instantie over Italië, waar deze ontwikkeling is begonnen een hoogst persoonlijk en eigen idioom, dat sterk gebaseerd is op originaliteit, contrast en verrassing en een volkomen intellectuele beheersing van de materie. Dat deze 'intellectuelen-muziek' desalniettemin ontroerend kan zijn moge uit dit programma blijken. Van de betreffende componisten zijn Claudio Monteverdi en zijn iets jongere tijdgenoot Girolamo Frescobaldi de belangrijkste exponenten; aan hen is dit programma dan ook gewijd.